Omgang met moeilijk invoelbaar gedrag (1)

‘Moeilijk invoelbaar gedrag’ wordt op verschillende manieren geïnterpreteerd.

Johnny

Johnny – 18 jaar – komt ’s morgens zijn bed niet moeilijk uit. Eenmaal uit bed verzandt hij in allerlei rituelen. Het gevolg is dat hij iedere dag te laat op school komt.

  • Reactie 1: Johnny wil niet. Verklaring bijvoorbeeld: hij is lui, hij heeft geen zin.
  • Reactie 2: Johnny kan niet. Dat zie je nogal eens als er een diagnose is gesteld. Johnny zit in een diepe depressie. Hij krijgt het daardoor niet meer voor elkaar om naar school te gaan.

Het zal duidelijk zijn dat beide reacties consequenties hebben voor de interactie tussen de 18-jarige Johnny en bijvoorbeeld zijn ouders. In het eerste geval zal bijvoorbeeld zijn vader zich ergeren en uiteindelijk weglopen. Zijn moeder zal het misschien proberen door hem te ‘bewegen’ om alsnog naar school te gaan. Ze smeert zijn brood, pakt zijn tas in en helpt hem de deur uit.

In de tweede situatie zal de druk waarschijnlijk veel minder zijn. Maar de kans is ook dat Johnny daardoor helemaal tot niets meer komt. De wekker wordt niet meer gezet. Hij blijft de hele dag in zijn bed. Er is geen uitdaging meer.

Interactie

Het zal duidelijk zijn dat het gedrag van Johnny niet op zichzelf staat. Johnny is mens in interactie met andere mensen. Het gedrag van Johnny roept een reactie van de omgeving op. Op zijn beurt reageert Johnny weer op hoe de omgeving naar hem kijkt en op hem reageert. Behandeling van Johnny betekent dan ook dat er iets moet gebeuren met de omgeving. ‘Want vanzelf gaat het niet’.

Meneer de Vries

Meneer de Vries gaat de laatste tijd achteruit. Hij heeft minder grip op zijn omgeving. Vaak is hij dingen (letterlijk en figuurlijk) kwijt. Mevrouw de Vries ergert zich aan de slordigheid van haar man. Dat kan best beter, want vroeger was hij heel netjes (’wil niet’). Meneer de Vries wordt weer onzeker van het gemopper van zijn vrouw.

Na een bezoek aan de levenslooppoli krijgt mevrouw de Vries te horen dat er bij haar man sprake is van een beginnend dementieel syndroom. Haar reactie is: ‘dus hij kan het niet’. Ze besluit allerlei zaken van haar man over te nemen. Het gevolg is dat meneer de Vries vaak apathisch op zijn stoel zit. Zijn vrouw legt zijn kleren klaar, zet koffie en regelt allerlei zaken voor hem.

Protheses in de omgang

De hulpmiddelen die mensen ter beschikking staan om met een persoon met moeilijk invoelbaar gedrag om te gaan noemen we wel protheses. Minder goed kunnen zien is een probleem dat bij het ouder worden hoort: het is geen wil niet, maar kan niet. Maar als je voortaan besluit om dan maar niet meer te lezen verschraalt de wereld. Je fietst naar de HEMA en je koopt een leesbril als prothese, een zogenaamde loerprothese.

Op die manier zijn er ook interactie-protheses voor (de omgeving van) mensen met moeilijk invoelbaar gedrag. Want juist die interactie is en blijft belangrijk voor mensen die psychisch kwetsbaar zijn.

Advertenties

Auteur: henk50

Ik ben GZ-psycholoog. Sinds 1975 werk ik in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog.

1 thought on “Omgang met moeilijk invoelbaar gedrag (1)”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s