Lichte verstandelijke beperking en psychopathologie (2)

Het verhaal van John

Ik ga op bezoek bij John. Hij zit inmiddels drie maanden vast in een huis van bewaring. Tot mijn verbazing zie ik een netjes verzorgde man die helder uit zijn ogen kijkt. Zo had ik hem op basis van de beschrijvingen niet verwacht. John kan wel uitleggen hoe het komt dat het beter met hem gaat. “Hier moet ik op tijd uit bed. En op tijd naar het werk. En op tijd eten en drinken. En op tijd weer naar bed.”

Het verhaal van John geeft één van de problemen voor veel mensen met een lichte verstandelijke beperking aan: het niet kunnen plannen en organiseren. Het is nog niet zo gek dat er wel eens wordt beweerd dat de mate waarin je je leven kunt plannen en organiseren een belangrijker succesfactor is in het leven dan het IQ.

Kind-en gezinsfactoren

Dekker en Koot (2003) beschreven een aantal kind-en gezinsfactoren die van invloed is op het ontstaan van psychopathologie bij mensen met een verstandelijke beperking.

  • Geringe sociale competentie en adaptieve vaardigheden: niet weten hoe je iets voor elkaar moet krijgen. John had bijvoorbeeld geen idee hoe de OV-chipkaart werkte en wist ook niet bij wie hij hulp had kunnen vragen. Om de metro in te kunnen slipte hij gewoon standaard achter iemand anders aan.
  • Externaliserend gedrag: moeilijk om kunnen gaan met stress en bij frustratie snel uit je plaat gaan. Dat was de reden waarom John in detentie zat: hij was meerdere malen agressief geweest naar mensen die hem naar eigen zeggen dwars hadden gezeten. De laatste keer was toen hij betrapt was tijdens een winkeldiefstal. Volgens hem had hij honger en geen geld, dus hij moest wel, anders was hij dood gegaan.
  • Gezondheidsklachten: John had o.a. astma, maar hij gebruikte geen medicijnen omdat hij een keer geen gehoor vond bij de apotheek. Hij was niet terug gegaan naar de huisarts (beperkte sociale competentie: niet op het idee gekomen), maar had het maar zo gelaten.
  • Stressvolle gebeurtenissen: op zijn 10e jaar was John naar Nederland gekomen, waar hij bij zijn tante ging wonen. Zijn moeder was 15 jaar oud toen hij geboren was. Nu was ze chronisch ziek. John heeft een jaar bij oma gewoond. Zijn vader heeft hij nooit gekend. De school was erg spannend voor hem. Hij moest zich staande zien te houden in een cultuur die hem onbekend was.
  • Lage sociaal-economische status van het gezin: zijn tante woonde zonder man met vijf kinderen in een Amsterdamse bovenwoning. Tante leefde van een uitkering. Behalve een groot TV-scherm was er in huis niet veel te doen. John was iedere avond op straat te vinden.
  • Psychiatrische problemen bij de ouders: we weten weinig van de ouders van John. De tante bij wie hij opgroeide had in huis stevig de regie. Ze bemoeide zich niet met wat er buitenshuis gebeurde. Twee kinderen van tante bleken enkele opnames in de psychiatrie achter de rug te hebben.
  • Naast de factoren die Dekker en Koot noemen wil ik nog één aspect toevoegen: de sociale interpretatie (Prof. Bram Orobio de Castro). Jongens zoals John groeien op met een ‘aangeleerd wantrouwen’ jegens alles wat anders is. “Vertrouw niemand, vertrouw alleen jezelf”. Dat maakt ook dat de hulpverlening per definitie onbetrouwbaar is. En zeker de bureaucratische organisaties van de overheid worden met maximale argwaan bekeken. Je kunt het dus beter zelf uitzoeken dan dat je je weer ergens bij een loket moet melden.

Concreet denken

Een lichte verstandelijke beperking betekent dat je vast zit aan het concrete denken. Het betekent dat je je vooral door je eigen ervaringen laat leiden: wat je zelf hebt meegemaakt of wat je jezelf vanuit je ervaringen voor kunt stellen.

Een bijna standaard-antwoord van patiënten met een lichte verstandelijke beperking op mijn werk op SBT (tandartsen) is dat ze niet behandeld hoeven te worden, omdat ze geen kiespijn hebben. Als je wél een gaatje hebt, maar geen kiespijn, waarom zou je dan behandeld moeten worden.

Een ander aspect is dat van het plannen en organiseren. Dat blijkt een groot probleem. Hoe kun je het tandenpoetsen nu organiseren in de dag. Er zijn immers zoveel andere dingen te doen?

Een aanzienlijk deel van de jongeren die in de problemen komt heeft ouders die niet in Nederland zijn opgegroeid. In veel gevallen weten de ouders de weg niet in de complexe Nederlandse samenleving. Kinderen met een hoge intelligentie vinden vervolgens wel hun weg: ze gaan zelf op onderzoek uit. Hun ouders zetten hen niet op het spoor, ze gaan zelf kijken hoe het zit met die studietoelage.

Bij kinderen die vastzitten in het concrete denken gebeurt dit weinig of niet. Als het voor hun ouders al ingewikkeld is, dan haken zij helemaal af. Ze horen van hun vader dat er weer een ingewikkelde brief binnen is gekomen waar hij niets mee kan en flink op moppert en zij denken al helemaal dat ze zich daar dan maar niet meer mee bezig moeten houden.

Cognitieve schema’s

Het gevolg is dat ze bepaalde cognitieve schema’s in hun hoofd opslaan als interpretatie van de werkelijkheid. “Ze (= de overheid) moeten niks van ons ‘Marokkanen’ hebben, ze zetten ons altijd de voet dwars” (altijd = signaal van disfunctioneel taalgebruik). Deze cognitieve schema’s worden in het geheugen opgeslagen en worden geactiveerd als er zich een uitlokkende factor voordoet.

Arousal niveau

Wanneer er sprake is van een hoog arousal-niveau (veel stress), dan zie je dat agressie heel snel op de loer ligt: een kleine frustratie kan leiden tot een heftige agressieve reactie. Omdat mensen met een lichte verstandelijke beperking vaak veel stress ervaren wordt de drempel naar agressie toe waarschijnlijk aanzienlijk lager.

Als de omgeving als vijandig wordt geïnterpreteerd (de buschauffeur die zegt dat ik geen patat in de bus mag eten zegt dat omdat hij tegen mij is, tegen anderen zegt hij dat niet = ambitendentie als teken van psychische disbalans) vertaalt zich dit cognitieve schema al heel snel in agressie.

Hechtingsproblemen

Elders heb ik geschreven dat mensen met een verstandelijke beperking zeer vatbaar zijn voor verstoorde hechting. Dat heeft o.a. te maken met het moeizamer kunnen verwerken van informatie. Maar –zoals het verhaal van John al laat zien – vaak ook met allerlei omgevingsfactoren.

Een onveilige hechting maakt dat negatieve ervaringen en trauma’s veel heftiger binnen komen. Als deze ervaringen chronisch worden is een gevolg dat de geestelijke gezondheid fors onder druk komt te staan. Dat vertaalt zich uiteindelijk in allerlei vormen van psychopathologie.

 

 

Vaker psychopathologie

Uit het voorgaande komt als vanzelf naar voren dat het waarschijnlijk is dat er bij mensen met een lichte verstandelijke beperking vaker sprake zal zijn van psychopathologie.

Ik noem de volgende meest voorkomende vormen:

  1. Depressie, o.a. als gevolg van het gevoel dat je geen controle meer hebt op de omgeving en dat alles je maar overkomt (Beck: aangeleerde hulpeloosheid)
  2. Psychoses, o.a. een gevolg van chronische overvraging, maar bij mensen met een lichte verstandelijke beperking ook regelmatig als gevolg van het gebruik van drugs. In de klassieke literatuur werd gesproken over de debiliteitspsychose, die kenmerkend was voor mensen met een lichte verstandelijke beperking als ze de stap naar de volwassenheid moesten maken. Bij een goede begeleiding en als de eisen werden aangepast zou deze psychose eenmalig kunnen blijven en zich niet herhalen. Ik vermoed dat vanwege de complexer wordende samenleving mensen met een lichte verstandelijke beperking tegenwoordig hun leven lang zullen worden geconfronteerd met het niet meer kunnen vatten wat er in hun omgeving gebeurt en dat ze daardoor dus levenslang vatbaarder zullen zijn voor psychoses.
  3. Angststoornissen, o.a. vanwege het gevoel dat je de wereld niet kunt begrijpen. Angststoornissen komen in de westerse wereld veel voor, in de USA is het zelfs de meest gediagnosticeerde psychische stoornis. Deze stoornis ‘verlamt’ vaak het denken en de activiteit, ‘de energie gaat in de verkeerde dingen zitten’. Addy Pruyssers is onlangs gepromoveerd op onderzoek over angststoornissen in relatie tot verstandelijke beperking. Als mensen met een verstandelijke beperking ook een angststoornis ontwikkelen zet het hen nog meer op achterstand.
Advertenties

Auteur: henk50

Ik ben GZ-psycholoog. Sinds 1975 werk ik in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s