Kloktijd of beleefde tijd? (2)

Hoe ouderen de tijd beleven blijkt uit het proefschrift van Gabriëlle Verbeek heel verschillend te zijn. De één vindt dat er genoeg te doen is, de ander vindt het een saaie tijd, juist omdat er niets te doen is. Dat laatste hangt samen met het niet (kunnen) ervaren van positieve momenten. Er zijn ook ouderen die spreken van een ‘verloren tijd’.

Klok of geen klok?

Er zijn ouderen die houvast ontlenen aan de klok: om tien uur is er koffie, om twaalf uur is er warm eten, om één uur een dutje, om drie uur thee. Maar er zijn ook ouderen die zich helemaal niet op de klok oriënteren. Ze nemen de dag zoals die komt. Ik zou naar aanleiding van deze uitkomst benieuwd zijn naar het antwoord op de vraag wat maakt dat de één zich meer op de klok gaat richten en de ander juist minder. En is het zich al dan niet richten op de klok ook van invloed op het toekomstperspectief?

Eigen ervaringen

Nu ik zelf bij de categorie 65-plussers hoor kan ik een beetje meepraten over dit fenomeen. Ik heb ook aan verschillende leeftijdgenoten gevraagd hoe ze de overgang naar het pensioen ervaren. Er zijn overeenkomsten, maar ook verschillen. En eigenlijk kan ik ook weer niet zo goed meepraten: ik heb nog steeds een gevulde agenda met gemiddeld zo’n 35 uren ZZP klussen per week. Maar niet meer met die voorspelbare structuur van de eerdere 40 jaar. 

In het begin van mijn pensioen had ik minder klussen en sliep ik veel uit. Soms liep ik om 12 uur nog in kamerjas door het huis. Dat was dus eigenlijk helemaal niks, het paste niet.

Sinds vorig jaar herfst sta ik ‘vanzelf’ (zonder wekker) steeds ongeveer op dezelfde tijd op en om 8 uur zijn het ontbijt en de krant al achter de kiezen. Ik heb een lange dag voor de boeg, maar die tijdsindeling overdag hangt mede af van de afspraken die ik heb. Er zijn geen vaste tijden voor het middageten en het avondeten. Maar ’s avonds ga ik wel op een vaste tijd naar bed: om 23 uur. Ik heb baat bij een vaste tijd om op te starten en een vaste tijd om de dag af te sluiten. Daartussendoor zit veel variatie. 

Vier patronen

Gabriëlle Verbeek ziet bij de ouderen ‘na hun werkzame leven’ vier gangbare patronen:

a) thuiswonend en actief: de kloktijd is erg belangrijk

b) thuiswonend en geleidelijk tot minder activiteit in staat: de kloktijd wordt minder belangrijk, mensen ‘zien meer hoe het komt’, men komt de tijd door

c) revaliderend, herstellend in een zorgcentrum en noodgedwongen minder actief: de klok is niet zo belangrijk

d) palliatieve fase, afhankelijk van zorg: de klok speelt nauwelijks een rol meer, de persoon is eigenlijk al ‘uit de tijd’ (Twents gezegde).

Afhankelijk is minder kloktijd?

Thuis is doorgaans meer actief en minder afhankelijk van begeleiding (minder wachten). Dan lijkt ook het hanteren van de klok voor de meesten belangrijk te zijn, als een soort houvast voor het ritme. Als het uiteindelijk toch allemaal moeizamer te gaan lijkt er een proces van overgave te ontstaan: het komt zoals het komt. Er is ook meer hulp van buitenaf nodig en je weet niet wanneer die hulp er zal zijn: afwachten maar.

Misschien is het wel zo dat als je meer afhankelijk bent (en dus minder invloed hebt), dat je dan ook de kloktijd meer los laat.

Advertenties

Auteur: henk50

Ik ben GZ-psycholoog. Sinds 1975 werk ik in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s