Twee soorten intelligentie (2)

 

In dit blog geef ik een twee voorbeelden van kennis die je vooral aanleert in een stimulerende omgeving en twee voorbeelden die te maken hebben met de intelligentie ‘die je in je hebt’. Uiteraard staat dat tweede deel onder druk als je niet oefent: het leren denken moet je bijhouden.

  1. Wat betekent een bepaald begrip? (“Crystallized” intelligentie, het ‘leerbare deel’) : vertellen wat een bepaald begrip betekent. Bijvoorbeeld: “wat is vermageren?” Toen Vanessa een antwoord op die vraag moest geven antwoordde ze associatief. Ze gaf geen definitie, maar ze paste de eerste gevoelswaarde toe. Ze is actief als vragen passen binnen haar eigen denkkader. Wat daar buiten ligt lijkt haar weinig te interesseren. Een vraag over alcohol wordt niet beantwoord, want ze drinkt niet.

2. Het leren toepassen van symbolen (“Fluid” intelligentie, heeft vooral te maken met de aangeboren intelligentie). Bijvoorbeeld: de persoon krijgt vier symbolen te zien, die moeten in een goede volgorde worden gelegd om een logisch verhaal te krijgen (bijv. een symbool met een klok op 10 uur en donker buiten, een plaatje van lichten in de kamer uit, een plaatje van uitkleden en een plaatje dat de persoon in bed ligt).

Vanessa blijkt een deel van deze test aardig te doen, maar naarmate de voorbeelden verder van haar belevingswereld af staan wordt het lastiger om door te gaan. De motivatie lijkt dat te verminderen. Worden de opdrachten abstract (bijvoorbeeld tekens die gekoppeld moeten worden aan bepaalde situaties), dan kost het haar veel moeite. De stap naar meer abstract denken (die ergens tussen de 7 en 11 jaar wordt ontwikkeld) is voor haar te ingewikkeld.

3. Begrijpen wat er gezegd wordt (‘aangeleerde’ intelligentie)

Hoe reageert Vanessa op het nieuws? Er zijn mensen die het nieuws helemaal niet volgen, dat is de buitenwereld. In veel gezinnen in achterstandswijken wordt het nieuws op radio en TV ‘weg gezapt’. Men is niet gewend om daar naar te luisteren. Kinderen die in zo’n omgeving opgroeien hebben dus ook een achterstand in kennis van de wereld. Ze kennen alle personen uit GTST, maar weten niet dat Mark Rutte premier van Nederland is.

Vanessa helpt zelf met het klaar maken van de test, de cd speler moet gebruikt worden. De uitleg wordt geconcentreerd gevolgd. Als de nieuwslezer iets over de politiek zegt antwoordt Vanessa dat ze daar niet mee bezig is en dus de antwoorden ook niet kan weten. Ze probeert ook niet te luisteren naar het bericht: het is politiek, daar denk je dus ook niet over na. Ook als ik vertel dat het een verzonnen verhaal is en dat ze geen kennis hoeft te hebben van de politiek vindt ze het niet nodig om te luisteren. De politiek is te ver weg te dus niet interessant.

4. Toepassen en koppelen van codes (‘aangeboren’ intelligentie)

Bij dit onderdeel moeten bijvoorbeeld stippen gekoppeld worden aan bepaalde abstracte figuren en vierkanten aan andere abstracte figuren. Vanessa haakt direct af. Ze ziet er het nut niet van in, want het stelt allemaal niks voor.

Als er gekeken wordt wat ze ingewikkeld vindt blijkt dat ze heel snel het overzicht kwijt is. Ze kan de structuur niet bedenken en heeft geen idee welke kant ze op moet. Als het materiaal meer gedoseerd wordt aangeboden, waarbij de ene helft (bijv stippen) los wordt gelegd van de andere helft (abstracte figuren) blijkt ze een eindje verder te komen. Opmerkelijk is dat ze geleidelijk beter ging presteren, naarmate ze er meer in kwam.

 Leunen op wat vertrouwd is

Vanessa heeft sterk de neiging om vanuit haar eigen denkkader te denken. Ze heeft een ingebouwd wantrouwen tegen alles wat buiten dat kader past. Ook bij een ander testonderdeel valt op dat ze waarneemt wat bij haar leefwereld past, de rest van de informatie wordt door haar gemist. Bij de testonderdelen die te maken hebben met aangeboren intelligentie blijkt ze een stukje verder te komen als je haar stimuleert en/of het geheel meer overzichtelijk maakt. Kennelijk kán ze het wel, maar het lijkt wel of ze ontmoedigd is geraakt (‘ik kan het toch niet’). In principe is er sprake van een hogere aangeboren intelligentie dan je op het eerste gezicht zou denken.

Onderstimulering

Het zal duidelijk zijn dat het begrijpen van betekenissen en het kunnen luisteren naar het nieuws voor een aanzienlijk deel te maken heeft met wat je van huis uit gewend bent. Vanessa kwam hier aanzienlijk lager uit dan uit de onderdelen die te maken hebben met ‘aangeboren intelligentie’.

De uiteindelijke conclusie is dan ook dat Vanessa qua intelligentie meer mogelijkheden heeft dan ze laat zien. Waarschijnlijk is dit een gevolg van onderstimulering in het verleden in combinatie met het gevoel dat ze het toch allemaal niet gaat snappen.

Wat de begeleiding betreft is er bij Vanessa door de begeleiders ingestoken op het stapsgewijs leren van nieuwe vaardigheden op basis van de principes van het ‘foutloos leren’. Daarnaast is de begeleiding meer afwachtend geworden (‘begeleiden met de handen op de rug’). Welke oplossingen kan Vanessa zelf in bepaalde situaties bedenken?

Advertenties

Auteur: henk50

Ik ben GZ-psycholoog. Sinds 1975 werk ik in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s