Straf of begrenzing? (3)

Wat gaat er mis binnen de huidige trends in de samenleving?

 Ik stap nu over van de situatie binnen het gezin naar wat er in de samenleving in zijn geheel gebeurt.

‘Er moet harder gestraft worden’ hoor je in de politiek, bij de mensen op straat en in de media. Dat is wel een beetje waar, maar zoals het nu vaak geuit wordt gaat het absoluut niet werken. Een voorbeeld zijn de buitenwijken van de grote Franse steden waar politie en justitie mikken op zeer zware straffen voor vergrijpen. De problemen zijn er echter niet verminderd, maar juist versterkt. Jongeren voelen zich in deze getto’s geen Fransen meer, ze voelen zich niet meer verbonden met de samenleving. Bovendien werkt een zware straf bij een deel van deze jongeren zelfs ook nog eens statusverhogend.

Waarom werken zwaardere straffen niet?

  1. Eén van de redenen is dat bij jongeren in de puberteit harde straffen vaak tegenreacties uitlokken. Je kunt het vergelijken met een bal die je onder water houdt. Die bal komt met nóg grotere vaart weer boven water. En dan weet je niet welke kant hij uit schiet. In de USA is men op die manier een groot deel van de controle over deze jongeren kwijt geraakt. Het enige alternatief is dat het gedrag zó onvoorspelbaar is geworden dat men daarom vaak kiest voor ‘levenslang’. Overigens bestaat het vermoeden dat één derde tot de helft van deze levenslang gestraften een verstandelijke beperking heeft.

2. Daarnaast versterken de zware straffen de kans op ‘stiekem’ gedrag. In de vakliteratuur wordt vooral beschreven hoe bij mensen met een emotionele leeftijd van tussen de 7 en 12 jaar die zich niet erkend voelen in hun behoeften het door elkaar gaan lopen van realiteit en fantasie sterk toeneemt. Daarmee raakt de omgeving de grip kwijt. Uiterlijk zie je vaak aanpassing, maar onder die aanpassing zitten allerlei andere gedragingen waar je geen grip op hebt.

3. Een derde reden waarom zware straffen zondermeer niet werken is de zgn. Sociale Interpretatie. De meeste mensen in de Nederlandse achterstandswijken hebben het contact met de samenleving allang verloren. Dat geldt niet alleen voor groepen ‘allochtone’ inwoners, maar ook voor autochtone Nederlandse gezinnen in dezelfde wijken. Ze maken onderscheid tussen wat ‘eigen’ is en wat een ‘ander’ is.

Mensen van buiten zijn ‘anders’ en vormen dus een bedreiging. Een ambtenaar is er per definitie op uit om jou je uitkering af te pakken, iemand van de jeugdzorg is er op uit om jou je kind af te pakken. Het geweld tegen politie en hulpverleners heeft ook met dit aspect te maken.

Averechts

Het is terecht dat er tegenover het plegen van geweld duidelijke consequenties staan. Maar wie het alleen van de straf verwacht wedt op het verkeerde paard. Het gaat averechts werken en zich zelfs tegen de samenleving keren. Dan werken die straffen niet begrenzend, maar ze versterken de uitzonderingspositie. De nieuwe bewustwording van o.a. islamitische jongeren heeft ook met deze ontwikkeling te maken. Wat dat betreft doet Geert Wilders meer voor de moskee dan de meest populaire imam.

De eigen emoties

Niemand kan zonder begrenzing. Niet voor zichzelf, maar de ander heeft er ook recht op om beschermd te worden. Als iemand de ander bewust kwaad heeft gedaan hoort daar een stukje genoegdoening tegenover te staan (‘jij maakt iets van Kees stuk, dat betekent dat je dat moet vergoeden’). Er is dan dus een verband tussen wat er fout ging en de consequentie.

Het is echter van groot belang vanuit welke attitude opvoeders en de samenleving grenzen aangeven. Dat brengt je als opvoeder of als gezagsdrager op de vraag: wie ben ik zelf als ouder, als professionele begeleider, als politicus? Waarom reageer ik zo op dit gedrag?

Bovendien kan de roep om zwaardere straffen ook nog wel eens een signaal zijn van eigen (onder)bewuste behoeften. De mensen die het hardst roepen om zware straffen hebben nogal eens zelf moeite om hun eigen impulsen te onderdrukken.

Daarom is reflectie op de eigen gevoelens erg belangrijk. Welke emoties spelen bij mijzelf een rol? En welk effect heeft de straf op het gedrag en de emotie van dit kind, deze puber, deze buurtbewoner? En daarbij is de cruciale vraag: groeit hij er door, of wordt de woede tegen de ander alleen maar groter?

 Bronnen o.a.:

* Bruce Narramore: Adolescence is not an Illness. Narramore is een christentherapeut die veel boeken heeft geschreven over eigenwaarde en zelfvertrouwen bij kinderen en volwassenen.

* W. ter Horst: De straf als opvoedingsmiddel in een behandeltehuis. Ter Horst was o.a. directeur van de Zettense inrichtingen en hoogleraar orthopedagiek. Hij schreef een aantal boeken over christelijke opvoeding.

Advertenties

Auteur: henk50

Ik ben GZ-psycholoog. Sinds 1975 werk ik in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s