Straf of begrenzing? (1)

Eind jaren ’60 kreeg ik op colleges te horen dat straffen neurotiserend werkt. Het was de tijd van de flowerpower. Nooit meer straf en iedereen zou gelukkig worden.

In de decennia die volgden kreeg de samenleving de wrange vruchten te plukken van deze pedagogische heilsprofeten. Kinderen die bijna altijd hun zin kregen en geen grenzen ervoeren ontwikkelden zich tot egocentrische en narcistische volwassenen. Als kind heb je nu eenmaal wat tegenwind nodig om als persoon steviger uit te kunnen groeien.

Tegenwoordig slaat de balans o.a. in de politiek en de media weer terug in de richting van het straffen. Maar het is de vraag of de politieke trend wel aan zal sluiten bij de ‘doelgroepen’ die politici op het oog hebben. De ‘straatjochies’ lachen weliswaar om de milde straffen die worden uitgedeeld, maar van zware straffen worden ze óók niet beter.

In deze drie blogs ligt een accent bij de vraag wat het doel is van straf. Daarbij maak ik, in navolging van Bruce Narramore, onderscheid tussen punishment en discipline. Hoewel niet helemaal correct vertaal ik in dit verband punishment met straf, en discipline met begrenzing.

Wat is straf?

Ik geef geen definitie, maar ik noem enkele kenmerken.

a) Straf is o.a. bedoeld om rechtvaardigheid te verkrijgen. Denk aan iemand die een ander letsel toe heeft gebracht. De straf fungeert dan (mede) als genoegdoening. Voor de schade die je aan mij hebt toegebracht moet je mij iets teruggeven om het een beetje goed te maken.

 b) Het tweede aspect van de straf kan wraak zijn. Maar daarmee zit je meteen al op een hellend vlak. Straffen uit wraak gaat over ethische grenzen heen. Daarom wordt in Nederland de straf in de handen van een rechter gelegd. Want via de wraak wordt altijd te zwaar gestraft.

 c) Veel straffen worden uitgedeeld als uitlaatklep voor onze frustraties. In vakanties en in supermarkten zie je dat dag in, dag uit om je heen gebeuren. Ouders die vijf keer iets tegen hun kind zeggen en de zesde keer compleet uit hun slof schieten. “Direct na het eten naar bed!” Hoe begrijpelijk het ook is – ‘de opvoeder is ook maar een mens’- , bij zo’n straf staat het kind niet meer centraal, maar de frustratie van de opvoeder. De kans is groot dat je op basis van je eigen frustratie een te zware straf geeft. Vaak ook zie je dat opvoeders het gedrag eerst door de vingers zien en als ze het zat zijn wordt er stevig ingegrepen.

Wie is de opvoeder?

Een signaal voor de frustraties is (behalve de stem van de opvoeder) vaak ook het taalgebruik. Vooral als er veel oude koeien uit de sloot worden gehaald en als woorden als ‘nooit’ en ‘altijd’ worden gebruikt. “Je luistert ook nooit, jij verknalt ook altijd iedere vakantie.”

Volgens de blikrichting van de zgn. ‘transactionele analyse’ zit daar nóg een gevaar in. De boodschap bij het straffen is namelijk vaak : “Jij maakt mij zo boos!” Je maakt dan de ander dus verantwoordelijk voor jouw emotie. Dat past niet bij het ‘vak’ van de opvoeder. Naarmate een kind groter wordt, wordt het ook meer verantwoordelijk voor zijn gedrag. Toch blijf je als opvoeder verantwoordelijk voor wat dat gedrag met jouw emoties doet.

Advertenties

Auteur: henk50

Ik ben GZ-psycholoog. Sinds 1975 werk ik in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s