Persoonlijkheidstoornissen (3)

Binnen de (oude) DSM IV  wordt een aantal clusters van persoorlijkheidsstoornissen genoemd. Dit is het eerste cluster.

Cluster A
Het eerste cluster is het ‘vreemde’ cluster, dat zijn wortels vindt in de verstoring van het denken (zie 1 bij persoonlijkheid, vorig blog). Het zonderlinge gedrag van deze mensen kan gezien worden als een manier om zichzelf te beschermen tegen sociale contacten die als bedreigend worden ervaren.

a) De paranoïde persoonlijkheidsstoornis is het meest bekend: mensen die voortdurend wantrouwen waar de ander mee bezig is. Iedereen is uiteraard wel eens achterdochtig, maar bij deze mensen is de achterdocht eigenlijk steeds aanwezig. Je kunt niemand vertrouwen, zelfs je vrienden niet. Iedereen is er op uit om jou beentje te lichten. De bushalte in jouw wijk wordt  opgeheven omdat de burgemeester jouw kritiek zat is…

“Waarom schrijft u alles op?” “Iedereen is er op uit om mij hier weg te werken”. “Geen enkele man valt te vertrouwen”. “Deze pillen zijn vast een placebo” (=een nepmedicijn).

b) De schizoïde persoonlijkheidsstoornis valt vooral op door het vaak alleen willen zijn. Deze mensen verlangen niet naar hechte relaties, gaan het liefste hun eigen gang, ondernemen weinig activiteiten. Ze voelen zich vaak erg moe, terwijl er objectief weinig uit hun handen komt.

Er is weinig sprake van lijdensdruk. De omgeving vindt het misschien zielig dat iemand met kerst alleen is, maar iemand met een schizoïde persoonlijkheid geeft daar juist de voorkeur aan. Alleen op reis gaan wordt vaak niet als eenzaam ervaren. Zo iemand gedijt het beste in de buurt van mensen die een ‘zijdelings’ contact met hen aangaan en een gesprek aansnijdt over een bepaald onderwerp. Daar kan eindeloos over worden doorgeboomd.

Beslissingen worden vaak eindeloos uitgesteld. Er zijn in diagnostisch opzicht raakvlakken met autisme en schizofrenie.

“Waarom zou ik de deur uit gaan? Al die gesprekken met andere mensen, wat heb je er aan? In mijn eentje vermaak ik me prima. Ik heb geen andere mensen nodig.”

c) De schizotypische persoonlijkheidsstoornis kent een patroon van eigenaardigheden in gedachten en gedrag.

Opvallend vaak zien we bij deze mensen bijgelovigheid, ‘wonderlijk’ gedrag, excentrieke hobby’s, breedsprakigheid, magisch denken (bijv. spreken over ‘een zesde zintuig’), in zichzelf praten en moeite met (en angst voor) diepergaande relaties.

Er is geen sprake van wanen (zoals bij schizofrenie), maar wel van een verhoogde gevoeligheid voor zintuiglijke ervaringen. Het beeld lijkt soms op hoogsensitiviteit, maar bij schizotypische mensen is ook het denken verstoord. Iemand meent bijvoorbeeld de E-nummers uit een maaltijd te kunnen onderscheiden.

Bij de diagnose wordt vaak een sterke overlap met depressies gezien, maar ook met schizofrenie.

Het taalgebruik is uitgesproken breedsprakig. Ooit kreeg ik een brief van een medestudent met o.a. de volgende tekst:

“In 1970 ben ik vanwege mijn opmerkelijke gaven getiranniseerd door hogere kringen uit de studentenwereld teneinde mij in te zetten voor het democratiseringsproces aan de Vrije Universiteit dewelke alreeds diep gezonken was”.

De studie heeft hij nooit af kunnen maken. Als dat wél was gelukt zou het werk te hoge eisen hebben gesteld…

Advertenties

Auteur: henk50

Ik ben GZ-psycholoog. Sinds 1975 werk ik in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s