Begeleiding: een kwestie van afstemming (2)

Op de woning waar ik dit gisteren verhaal mee begon had ik de indruk dat cliënten en begeleiders elkaar kwijt waren geraakt.

Begeleiders waren met heel andere zaken bezig dan bewoners. De organisatie hamerde er op dat cliënten in hun eigen kracht moesten gaan staan. De zorg moest onttutteld worden. Cliënten moesten in een hoog tempo klaargestoomd worden tot zelfstandigheid. Dat was immers noodzakelijk nu er steeds minder geld voor begeleiding vrij kwam. En als ze daar niet aan meewerkten moesten ze de gevolgen van hun eigen gedrag maar gaan ervaren. Zoals in dit geval: collectieve obesitas en op termijn vier kunstgebitten.

Beleid en zorgvraag lopen uit elkaar

Waarom waren cliënten en begeleiders elkaar kwijt geraakt? In het vijfde hoofdstuk van haar proefschrift komt Ellen Reuzel tot een interessante veronderstelling. Begeleiders zijn veel bezig om de autonomie van de cliënt te vergroten. Ze ontdekte dat alleen begeleiders voortdurend bezig waren met de vraag hoe ze de autonomie van de cliënt zouden kunnen vergroten. Die vraag kwam niet van de cliënten.

Met andere woorden: zou het dus ook zo kunnen zijn dat door deze gerichtheid op de autonomie van de cliënten de ondersteuningsvragen van de cliënten zélf over het hoofd worden gezien? Oftewel: als  jij als begeleider vindt (in navolging van de organisatie waar je werkt) dat je pas goed je werk doet als je je cliënten klaarstoomt voor een zelfstandig leven in de samenleving zie je dat niet over het hoofd waarvoor die cliënt jou (nog méér) nodig heeft?

Ellen Reuzel: “Er is hier mogelijk sprake van een spanningsveld tussen beleid en praktijk. Aan de ene kant worden begeleiders aangemoedigd om de zelfredzaamheid en onafhankelijkheid van mensen met een verstandelijke beperking te vergroten, aan de andere kant geven mensen met een beperking juist duidelijk aan wél behoefte te hebben aan ondersteuning.”

Al eerder had Petri Embregts op dit spanningsveld gewezen. Begeleiders die zich richten op de autonomie van cliënten met een beperking zullen niet uit het oog mogen verliezen dat diezelfde cliënten ook zitten met allerlei andere vragen.

Emotionele ondersteuning

Eén van die vragen is de emotionele ondersteuning. Daarmee bedoel ik geen therapeutische sessies waarbij je de cliënt bij wijze van spreken door een depressieve fase heen helpt. Ik bedoel er wél mee dat je als begeleider een open oor en oog hebt voor de emoties die een cliënt op dat moment ervaart. Dat heeft inderdaad alles met afstemmen, met synchroniseren te maken. Communicatie betekent letterlijk: iets samen delen. Oftewel: verbondenheid, wij luisteren naar elkaar.

Het is dat emotionele aspect van de zorg dat als gevolg van de ontwikkelingen van de afgelopen drie jaar flink onder druk komt te staan. Maar als daar geen oog meer voor kan zijn is de term in de eigen kracht gaan staan een loze kreet geworden. Het betekent dan eigenlijk ‘zoek het zelf maar uit’. Oftewel: pedagogische verwaarlozing.

 

Advertenties

Auteur: henk50

Ik ben GZ-psycholoog. Sinds 1975 werk ik in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s