Diana wil geen contact

Weken lang probeerde begeleider Martijn in contact te komen met Diana.

Weken lang deed ze de deur niet open.

Weken lang nam ze de telefoon niet op.

Iedere keer gooide Martijn een briefje door de brievenbus dat hij langs was geweest en dat hij graag contact met haar wilde. Maar Diana reageerde niet.

Zou er iets met haar aan de hand zijn? Moest de politie worden ingeschakeld?

Martijn gluurde door de brievenbus. Er lag geen stapel aan folders. Dus kennelijk was ze wel naar de brievenbus geweest.

De buurman had haar een paar keer gezien, als ze boodschappen ging doen.

Kennelijk was er dus niets ernstigs aan de hand. Maar hoe kon hij nu als ambulant begeleider het contact herstellen?

Dat is één van de thema’s waarmee ambulant begeleiders steeds weer komen. Wat is in zo’n situatie je verantwoordelijkheid. Moet je aanhouden, of je juist terugtrekken?

Gestolde boosheid

Diana heeft bij de GGZ als diagnose gekregen dat er bij haar sprake is van een borderline-persoonlijkheidsstoornis in combinatie met een lichte verstandelijke beperking.

Eén van de kenmerken bij haar zijn de passief-agressieve trekken. Bij passief agressief gedrag ga je in verzet, maar dan niet op een agressieve manier naar buiten toe. Het verzet zit juist in het zich terugtrekken. Bij peuters zie je een variant op dat gedrag in het weigeren van eten. Dat is doorgaans een voorbijgaande fase, passend bij de ontwikkelingsleeftijd.

Ik omschrijf passief agressief gedrag wel eens als gestolde boosheid. De persoon is boos, maar uit die boosheid op een ‘gesloten’ manier. En juist die passieve manier is nogal eens een ‘trigger’ voor begeleiders. Je komt op zo’n moment jezelf behoorlijk stevig tegen.

Eén van de dilemma’s wordt gevormd door de drijfveren van je handelen. Kom je in actie omdat het gedrag jou als begeleider irriteert óf ga je handelen omdat de cliënt bezig is vast te lopen?

Wél contact

Op een dag kwam Martijn Diana tegen bij de supermarkt. Eerst deed ze net of ze hem niet zag. Maar toen hij haar aansprak met de vraag hoe het met haar ging ontplofte ze. Waarom hij al die tijd niets van zich had laten horen?!?

Ze deed er nog een schepje bovenop. Niemand die het ook maar een zier interesseerde hoe het met haar ging. Haar familie niet, de buren niet en kennelijk zelfs de professionele begeleiders niet. Hij hoefde niet meer bij haar langs te komen. Ze kon haar leven zelf ook wel op de rit houden, daar had ze geen begeleider bij nodig.

Martijn was verblufd. Hij was twee keer in de week langs geweest en soms zelfs extra. Hij had vanaf de tweede week iedere keer een briefje in de bus gedaan en nu kreeg hij dit te horen…

Klacht

Een week later lag er een brief bij de manager op het bureau. Het grote letters had Diana eigenhandig geschreven dat Martijn wekenlang niet op bezoek was geweest. Hij hield zich niet aan de afspraken en hij was dus een slechte begeleider.

Ook had ze wel gezien hoe hij naar haar keek. Hij wilde eigenlijk met haar naar bed. Zo’n man kwam er bij haar niet meer in!

Vanuit de slachtofferpositie was ze dus weer in de bovenpositie (transactionele analyse) terecht gekomen: ik bepaal wat er gaat gebeuren!

Gezamenlijk gesprek

De manager stelde een gesprek voor. Dat wilde Diana niet, want ze wilde Martijn niet meer zien. Ze beweerde dat ze nooit een briefje van hem had gezien en dat hij dus een leugenaar was.

Martijn kon niet bewijzen dat hij twee maal in de week op de stoep van Diana had gestaan. Hij had geen kopieën gemaakt van de briefjes die hij bij Diana in de bus had gedaan. En Diana zei in het gesprek dat ze nooit een briefje van Martijn had gezien.

Nieuwe begeleider

De situatie eindigde voor Martijn onbevredigend. Er werd een andere begeleider ingezet voor de begeleiding van Diana. Er was nu gekozen voor een vrouwelijke begeleider. Dat was niet omdat de manager geen vertrouwen had in de begeleiding door Martijn, maar omdat de situatie zo was vastgelopen dat er weinig perspectief op verbetering was.

De nieuwe begeleider bleek een schot in de roos. Diana was heel enthousiast over haar. Zó’n goede begeleider had ze nog nooit gehad.

Dat is één van de kenmerken van borderline: de ambitendentie. De één wordt op een voetstuk gezet en de ander deugt nergens voor. En je weet al van tevoren: straks valt de volgende begeleider ook weer van het voetstuk. It’s all in the borderline game. 

Vuurtoren

Het begeleiden van mensen met zulke heftige emotionele wisselingen omschrijf ik nogal eens met een metafoor. Ze zijn een klein scheepje in de storm op zee. Als begeleider ben je de vuurtoren die op zijn plek blijft staan. Het blijft wel stormen, maar ergens in de verte is toch nog een houvast dat op zijn plek blijft staan.

 

Advertenties

Auteur: henk50

Ik ben GZ-psycholoog. Sinds 1975 werk ik in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s