Autisme in het dagelijks leven (3)

De complexiteit van de taal

De moeite met sociale contacten en communicatie blijkt vooral uit de moeite die mensen met autisme hebben met het begrijpen van ‘onze taal’. “Jullie spreken een andere taal dan ik” schrijft Gunilla Gerland in haar indrukwekkende boek ‘Een echt mens’. “Jullie hebben het over ‘misschien’ en ‘straks’, maar wat zijn ‘misschien’ en ‘straks?’”

Geen wonder dat Gunilla zich graag aan de kloktijden houdt, maar dat moeten anderen dan ook doen. Toen ze een keer moest spreken op een congres en de voorgaande spreker met zijn verhaal uit liep, liep ze gewoon naar het spreekgestoelte,  want  het was tijd. Ook hier komt de context-blindheid naar voren: wij zouden afwachten totdat de voorzitter ons aan zou kondigen, maar Gunilla was alleen op de kloktijd gefixeerd. Hoe minder bekend de wereld, hoe meer mensen met autisme zich zullen vasthouden aan dit soort concrete zaken.

Indrukwekkend zijn uitspraken van Matthijs in de heftige documentaire ‘De regels van Matthijs’. “Ik zou graag direct willen doorgronden wat mensen bedoelen” zegt hij. “Ze zeggen nooit wat ze bedoelen”. Matthijs vertelt dat hij voortdurend op zoek is naar betekenissen achter de zinnen die worden uitgesproken.

Omdat dat voor hem allerminst vanzelfsprekend is, neemt hij al zijn telefoongesprekken op om achteraf nog een keer te kunnen achterhalen welke informatie hij mogelijk gemist heeft. Hij is voortdurend aan het piekeren wat iemand met één zin bedoeld kan hebben en of hij niet iets aan informatie gemist heeft. Hier zie je opnieuw de detailwaarneming: het grote geheel is te ingewikkeld, daarom komt het detail op de voorgrond te staan. Dat moet tot in de puntjes worden uitgewerkt.

Peter Vermeulen vertelt dat hij met een autistische jongen langs het zwembad reed. De jongen herkende het gebouw en zei “Hier ben ik geweest”. Peter vraagt verder: “Ben je hier met de school geweest?” “Nee, zegt de jongen”. Met wie is hij er dán geweest? Met de kinderen uit zijn klas. Bij de school denkt de jongen aan het gebouw. Hij kent niet de bredere betekenis: dat het zwemmen een schoolse activiteit was,

Zo begreep een autistische man de krantenkop “Ikea roept nachtlampjes terug” niet.  Hoe kun je nu als bedrijf naar nachtlampjes gaan roepen? Het spelen met de dubbele betekenis, wat kinderen vaak al op jonge leeftijd gaan oefenen, is voor kinderen met autisme bijzonder ingewikkeld. De taal wordt letterlijk genomen, zonder de context.

Misverstand 2: geen behoefte aan contact

Een ‘klassiek’ misverstand is dat mensen met autisme geen behoefte hebben aan sociaal contact. Mensen met autisme hebben erg veel behoefte aan contact, maar dat contact is voor hen vaak zó ingewikkeld dat ze de neiging hebben om zich uit de sociale omgeving terug te trekken.

Een ander misverstand is dat mensen met autisme (dus) vaak alleen zijn. Er zijn mensen met autisme die veel contacten hebben. Maar wat vooral opvalt is dat ze die contacten zoeken met andere mensen ‘die dezelfde taal spreken’. Als je bijvoorbeeld heel veel van treinen weet zoek je andere ‘treinengekken’ op.

Ik zie het beeld nog voor me van mijn vroegere lagere school. Alleen kende ik toen het hele woord autisme niet. Eén van de kinderen deed nooit met mee met de spelen op het schoolplein. Hij liep vaak langs de rand van het schoolplein. Maar hij had ook een vriendje. Die liep dan achter hem aan. Dat jongetje zat een klas lager. Ze voerden hele gesprekken over onderwerpen waar ik niet veel van begreep (als ik ooit iets op ving). Ook als ze naar huis liepen zag je datzelfde patroon, waarbij hij voorop liep en waarschijnlijk ook de gespreksonderwerpen bepaalde. Liep hij om een lantaarnpaal heen (dat was een ‘tic’ die regelmatig voorkwam), dan liep dat vriendje ook om die paal heen. Ik was benieuwd hoe het met beide heren uiteindelijk verder was gegaan. Beiden hadden een universitaire studie achter de rug. Eén van de heren was na 2 jaar werk in de WAO terecht gekomen en is al jaren een verslaafd zwerver. De ander heeft het langer volgehouden. Hij bleek echter niet in een team te kunnen functioneren en werd op non-actief gesteld. Hij kreeg een solistische functie en stopte ver voor zijn pensioen met betaald werk.  

Jongere vriendjes

In de kinderlijke ontwikkeling valt op dat er autistische kinderen zijn die vriendjes hebben met wie ze vaak spelen. Kijk je beter naar het spel, dan zie je dat de autistische kinderen het spel bepalen. Daarom zijn die vriendjes eigenlijk altijd jonger dan zijzelf. Zoals Steven, die met wel vijf jongens achter zich aan loopt op zoek naar boeiende dingen. Steven is 12 jaar, de andere jongens zijn 9 jaar.

Advertenties

Auteur: henk50

Ik ben GZ-psycholoog. Sinds 1975 werk ik in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s