Jeffrey bij de tandarts

De helft van mijn werktijd gaat in de zorg bij de tandarts zitten. Zowel in het meedenken over behandelingen als het geven van cursussen of supervisie. De accenten liggen bij mensen met een verstandelijke beperking en bij geriatrische patiënten. Maar wat doet een orthopedagoog bij de behandeling bij de tandarts (als hij zelf niet in de stoel zit)?

tandarts maskerIk kijk mee en ik geef advies. Veel psychologische behandelingen zijn gericht op bijvoorbeeld de angst om te slikken of te stikken, de angst voor kokhalzen, de angst voor de naald of gewoon de angst voor alles wat met de tandarts te maken heeft.

Daar ben ik ook wel mee bezig, maar mijn insteek is vooral het hele systeem rond de behandeling. Dat betreft niet alleen de situatie in de behandeling, maar vooral ook het voorbereiden, de aanloop er naar toe.

Jeffrey

Neem nu Jeffrey, een stevige en vermoedelijk zeer sterke jongen van 16 jaar. Hij spreekt niet, is druk in zijn gedrag, bewegingen en geluiden. Hij komt samen met zijn ouders, die hem stevig bij de hand houden. Tot mijn verbazing gaat hij zelf in de stoel zitten. Maar het is spannend of de tandarts zijn gebit wel zal kunnen bekijken.

Sociaal-emotioneel

Ik maak een snelle inschatting van het niveau van functioneren van Jeffrey. Daarbij is vooral het sociaal-emotionele niveau van functioneren van belang: dat bepaalt zijn draagkracht en zijn afhankelijkheid van de omgeving. Ik heb geen tijd om een schaal af te nemen, maar op basis van mijn ervaringen kan ik inschatten dat hij in een zeer vroege fase van de ontwikkeling functioneert. Ik vermoed ergens tussen de 3 en 7 maanden. In die fase is het van belang om te werken met een structuur van ruimte (is de behandelstoel bekend?), van tijd (hoe lang gaat het duren?) en van persoon (wie is de behandelaar?).

Communicatieniveau

In deze fase heeft het de voorkeur dat de tandenborstel van thuis ook wordt gebruikt tijdens de behandeling bij de tandarts. Iedere extra verandering kost voor Jeffrey veel energie. Hij moet dan weer wennen aan de tandenborstel, terwijl er al zoveel anders is. Het kan zelfs zo zijn dat hij een andere tandenborstel helemaal niet als tandenborstel herkent.

Wat ik niet weet is in hoeverre Jeffrey op het dagverblijf gebruik maakt van ondersteunende communicatie. Maakt hij bijvoorbeeld gebruik van foto’s, zodat hij weet wat er gaat gebeuren? Die informatie moet dus opgevraagd worden. Op dit moment kiezen we voor een simpele oplossing: het laten zien van wat er gaat gebeuren: het spiegeltje laten zien en de borstel laten zien.

De spanningsboog van Jeffrey is maar heel kort. Hij kan maar drie of vier tellen ‘toestaan’ dat hij zijn mond open houdt. Dat houdt in dat de tandarts hem letterlijk iedere keer weer adempauze geeft. Zo ontstaat er tijdens de behandeling een patroon van enkele tellen kijken en dan ongeveer één minuut adempauze. Dat heet een contactcirkel.

Communicatie door de tandarts

Tandarts Merel is heel rustig en voorspelbaar in haar communicatie. Dat is belangrijk. Het gebeurt nogal eens dat behandelaars of begeleiders ook drukker reageren als cliënten druk gedrag laten zien. Mijn advies: hoe sneller iemand praat, hoe langzamer jij moet spreken, hoe drukker iemand beweegt, hoe langzamer jij moet bewegen, hoe harder iemand roept, hoe zachter jij moet gaan praten.

tandartsAls tandarts Merel inschat dat Jeffrey weer aan het volgende stapje toe is  noemt ze zijn naam. Daarna laat ze het voorwerp zien. Dan doet ze haar eigen mond wijd open. Daarna raakt ze met haar hand de lippen van Jeffrey aan. Pas daarna doet hij zijn mond open. Hij reageert dus vooral lichaamsgebonden, als hij het aan zijn lichaam voelt. Maar soms ook niet, dan is hij er nog niet aan toe.

Wie heeft de regie? 

Bij het niveau van Jeffrey is het noodzakelijk dat één persoon de regie heeft. De assistentes zijn dat al lang(er) gewend: ze zeggen (bijna) niets. Voor de familie is dat lastiger. De vader én de moeder van Jeffrey geven hem steeds weer de opdracht om zijn mond open te doen. De volgende keer moeten we met de familie bespreken dat de regie alleen bij de tandarts moet liggen. Iedere andere persoon die zich met de behandeling bemoeit werkt (ondanks de goede bedoelingen) zeer verstorend.

Verloren in de stoel

Wat mij opvalt is dat Jeffrey verloren in de stoel zit. Hij weet niet waar hij zijn handen moet laten. Die zijn één en al onrust. Hij heeft letterlijk en figuurlijk weinig houvast. Daar moeten we ook iets mee. Zijn handen moeten een plek krijgen of ze moeten gevuld worden (iets in handen geven) óf misschien heeft hij baat bij een verzwaringsdeken. Misschien helpt ook speciale kleding.

Na afloop ontstaat er nog een spannend moment. Er klopt iets niet. Het blijkt dat bij zijn patroon hoort dat hij een bekertje water krijgt. Maar ook daarna blijft hij onrustig. Er hoort nog een tweede bekertje water in. Daarna is het voor hem klaar. Hij krijgt zijn jas aan. Maar de jas aan betekent dat je naar buiten gaat. Maar er moet nog een nieuwe afspraak worden gemaakt. Dat wordt opgelost door zijn vader met hem de gang op te laten gaan. Moeder maakt de nieuwe afspraak.

Verslaglegging

Al deze behandelingen werk ik uitgebreid uit, meestal in drie of vier bladzijden, zodat een profiel van de behandeling ontstaat die ook overdraagbaar is naar andere behandelaars. Bovendien wordt met ieder verslag weer nieuwe kennis opgebouwd. Het is een boeiend vak!

Advertenties

Auteur: henk50

Ik ben GZ-psycholoog. Sinds 1975 werk ik in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s