Hechting en trauma (1)

Al eerder schreef ik over het belang van een goede hechting in relatie tot de gevolgen van traumatische ervaringen. Toen schreef ik dat een veilige hechting kinderen minder kwetsbaar maakt, terwijl een onveilige hechting met zich mee kan brengen dat het trauma nóg heftiger beleefd wordt.

Vanwege een intensieve cursus die ik geef over hechting en hechtingsstoornissen moest ik nog een keer extra in de literatuur duiken. Daar heb ik weer het één en ander opgediept. Er wordt namelijk steeds meer bekend over oorzaak en gevolgen van hechtingsstoornissen.

Ambivalentie

Kinderen raken in meerdere of mindere mate gehecht aan enkele volwassenen. Er wordt wel een vuistregel genoemd van 3 tot 5 volwassenen. Het zijn ook de volwassenen van wie zij afhankelijk zijn. Daar bevindt zich de kern van de hechtingsproblematiek. Een kind is afhankelijk van de volwassene. Daarom trekt het ook naar die volwassene toe. Volwassenen zijn noodzakelijk voor het kind om fysiek, maar ook emotioneel, te kunnen overleven.

Op het moment dat die volwassene onbetrouwbaar is ontstaat er een tegengestelde beweging bij het kind. Het trekt naar de volwassene toe omdat het afhankelijk is. Maar als diezelfde volwassene onbetrouwbaar is wil het kind ook weer uit de buurt blijven. Zoals Ronald, die altijd als zijn vader thuis kwam onder de tafel ging zitten. Vanuit die ‘verstopplek’ keek hij dan eerst wat de stemming van zijn vader was. Ook zijn moeder en zijn zus waren de dupe van het onvoorspelbare gedrag van deze vader.

De emotioneel zeer gevoelige Ronald ontwikkelde op jonge leeftijd een ernstige hechtingsstoornis. Hij wil contact met mensen, maar ze waren tevens altijd een potentieel gevaar. Aantrekken en afstoten liggen bij hem heel dicht bij elkaar. “Kom eens wat dichter bij mij uit de buurt” lijkt zijn levensmotto te zijn geworden.

Wat is de focus van de behandeling? 

Ronald heeft veel meegemaakt in zijn leven. Je kunt zeggen dat hij getraumatiseerd is. Moet een behandelaar nu al die trauma’s opsporen en ze één voor één wegwerken? Dat is een vraag die ik regelmatig tegen ben gekomen.

In de praktijk blijkt dat ‘exposure’ (het naar boven halen van herinneringen) lang niet altijd goed werkt. Als je die trauma’s één voor één zou verwerken zou hij daar waarschijnlijk niet beter van/ door worden. “Niet de blootstelling aan herinneringen, maar de verstoring van de hechtingsrelatie zou de focus van de behandeling moeten zijn” schrijven twee auteurs die gespecialiseerd zijn op de behandeling van trauma’s bij kinderen (Draijer en Langeland, in: Cogiscope 0409).

Wie alleen maar de stukjes herinnering behandelt laat hét grote probleem in het leven van Ronald liggen. Dat is het feit dat hij zich zo basaal onveilig voelt tussen andere mensen.

Waarom voel ik me zo rot?

Als mensen psychisch ongemak ervaren willen ze weten wat daar de oorzaak van is. Ze denken dat ze – als de oorzaak bekend is – een heel eind verder zijn gekomen. De auteurs beschrijven in de bijdrage een mevrouw die in de WAO terecht is gekomen vanwege terugkerende burn-out klachten. Ze meent te weten wat de oorzaak van deze klachten is.

Inmiddels heeft mevrouw meerdere traumabehandelingen achter de rug. De klachten zijn echter gebleven. Volgens de auteurs zit het probleem niet in de ervaringen die ze noemt, maar in een verstoorde hechting. Ze had een kwetsbare moeder, waar ze als kind al voor wilde zorgen. Ze nam als dochter de ouderrol op zich, terwijl ze eigenlijk nog een kind was (parentificatie).

De oorzaak van de moeite die deze mevrouw heeft met relaties (echtscheiding, geen nieuwe relatie aan durven gaan) en het teleurgesteld zijn in het leven heeft niet zozeer te maken met wat mevrouw zelf als trauma benoemt. Het probleem ligt veel dieper: ze moest voor haar moeder zorgen op een leeftijd dat ze zelf zorg nodig had.

Dat laatste werd het onderwerp van de therapie. De volgens haar traumatische ervaringen die ze als kind heeft meegemaakt namen vervolgens in de behandeling slechts een zijdelings plekje in.

 

 

 

Auteur: henk50

Ik ben orthopedagoog/GZ-psycholoog. Vanaf 1975 heb ik gewerkt in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog. Omdat ik zo lang in 'de zorg' heb gewerkt heb ik veel zogenaamde casuïstiek ter beschikking. Soms gebruik ik voorbeelden uit de dagelijkse praktijk op mijn weblog, maar de beschrijvingen zijn altijd vermengd met andere -vaak gedateerde - verhalen. Er komen dus geen één-op-één verhalen voor. Dat zou ook niet mogen vanwege het beroepsgeheim. De namen die ik gebruik zijn altijd gefingeerd. De pedagogische en psychologische voorbeelden hebben dus wel enig waarheidsgehalte, maar ze hebben de pretentie om toch onherkenbaar te zijn. Mocht de lezer toch iemand herkennen, dan is dat waarschijnlijk toeval. Een enkele keer zijn voorbeelden van dialogen geheel gefingeerd. Uit de privésituatie wordt slechts zeer beperkt iets vermeld, waarbij ik met name zorgvuldig om ga met fotomateriaal. De namen van mensen die reageren worden nooit door mij doorgegeven aan derden, ze blijven in mijn afgesloten Wordpress-domein.

3 gedachten over “Hechting en trauma (1)”

  1. Er zijn mensen die precies menen te weten wie of wat de oorzaak is van hun ellende. Eindelijk een verhaal dat dat idee een beetje relativeert!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.