Disfunctionele gezinnen (1)
In de jaren ’70 ontdekte men dat er in gezinnen waar één van de ouders verslaafd was aan alcohol vaak sprake was van vaste gezinspatronen. De gezinsleden pasten hun leven aan aan het onder één dak moeten leven met een alcoholist (bijv.: in het weekend geen vriendjes, want dan dronk vader extra veel; als de moeder alcoholiste was deed vader de boodschappen). Over het alcoholmisbruik werd in huis en naar buiten toe gezwegen.
Er vond dus geen confrontatie plaats met de feitelijke oorzaak van de problemen en de pijn werd niet benoemd. Opvallend was dat de kinderen uit het gezin later vaak eveneens een relatie kregen met een partner die verslaafd was of verslaafd raakte.
Recenter onderzoek toont aan dat deze patronen zich ook in andere gezinnen voor doen. Kenmerkend is de dwangmatige manier waarop de gezinsleden proberen om de onderhuidse emotionele pijn in hun leven maar niet te hoeven voelen.
We noemen deze families: disfunctionele gezinnen. En- net als bij alcoholverslaving- zien we dat de problemen zich vaak van generatie op generatie voortslepen.